Kluwer Assurantie Magazine

HomeAM Recht › Actuele verzekeringsjurisprudentie

Actuele verzekeringsjurisprudentie

Verborgen kosten beleggingsverzekering

 

Kifid Commissie van beroep 14 oktober 2010, Verkeersrecht 2010 nr. 102

Een consument, bijgestaan door een onafhankelijk tussenpersoon, sluit een levensverzekering met een beleggingsrisico. In de bijbehorende algemene voorwaarden wordt vermeld dat de in rekening te brengen kosten 10% van de premie per maand bedragen. De consument betwist dat hij deze voorwaarden vóór of bij het aangaan van de verzekering heeft ontvangen. Hij dient een klacht in bij het Kifid, omdat de verzekeraar niet vóór het van kracht worden van de verzekering had gewezen op de aan de verzekering verbonden hoge kosten.

De geschillencommissie stelt vast dat ingevolge de Regeling informatieverstrekking aan verzekeringnemers (Riav 1998) en de Code Rendement en Risico de verzekeraar bij beleggingsverzekeringen aan de verzekeringnemer duidelijk moet maken wat de invloed is, die kosten en inhoudingen zullen hebben op het rendement. De verzekeraar slaagt er niet in te bewijzen dat de consument de algemene voorwaarden tijdig heeft ontvangen. Voor zover de tussenpersoon de opdracht van de verzekeraar om deze voorwaarden door te sturen naar de verzekeringnemer niet juist heeft uitgevoerd, komt dat voor rekening van de verzekeraar (in zijn relatie tot de consument). De commissie acht het onaanvaardbaar dat de kosten alleen in algemene voorwaarden worden genoemd, tenzij de verzekeraar ervoor zorgt dat de verzekerde daadwerkelijk tijdig kennis neemt van de inhoud van die voorwaarden.

De Commissie van Beroep bevestigt dat de verzekeraar voldoende aandacht moet vestigen op de in de algemene voorwaarden opgenomen bedingen omtrent de in rekening te brengen kosten. Daarbij kan niet van de verzekeringnemer worden verlangd dat hij navraag doet naar informatie die de verzekeraar niet heeft verstrekt, maar wel had moeten verstrekken. De consumentverzekeringnemer mag ervan uitgaan dat de hem verstrekte informatie juist en volledig is. De verzekeraar was in dit geval op de hoogte van het doel van de verzekering (aflossen hypothecaire geldlening). Gelet hierop had de verzekeraar, ook al trad hij niet op als adviseur, zich behoren te realiseren dat ernstig moest worden betwijfeld of deze verzekering, in aanmerking genomen het koersrisico en kostenbedrag van 10%, wel passend was voor deze verzekeringnemer. De te vergoeden schade wordt schattenderwijs vastgesteld. De verzekeraar dient drie vierde gedeelte van de schade te vergoeden en de tussenpersoon één vierde gedeelte. De consument treft geen eigen schuld. (MK)

 

 

De uitwerking van actuele verzekeringsjurisprudentie in de rubriek AM Recht wordt verzorgd door mr. C. Banis, mr. M. Keijzer-de Korver, mr. P.C. Knijp en mr. M.H. de Ruiter en  mr. J.T. Suijdendorp van advocatenkantoor Stadermann Luiten in Rotterdam.

Voor meer actuele uitspraken: zie AM  4, pag. 32.

  

KLik hier voor uw abonnement op AM Jurisprudentie

WILT U DIRECT INLOGGEN OP AMJURISPRUDENTIE?

Assurantiemagazine is een product van Kluwer - © www.amweb.nl