Kluwer Assurantie Magazine

HomeNieuws › Nederland › Actuele verzekeringsjurisprudentie

Actuele verzekeringsjurisprudentie

18-01-2013 0 reacties

Beroepsaansprakelijkheid gynaecoloog; toepassing omkeringsregel Hoge Raad 23 november 2012, Nederlandse Jurisprudentie 2012 nr. 669   Een baby loopt rond de geboorte hersenletsel op. De ouders vorderen materiële en immateriële schadevergoeding van de gynaecoloog, onder meer omdat na het aanbrengen van epiduraal anesthesie geen CTG-registratie van de harttonen van de baby heeft plaatsgevonden.

De rechtbank acht met een beroep op de zogenaamde omkeringsregel voorshands bewezen dat de afwijkingen van de baby volledig zijn veroorzaakt door de omstandigheid dat zich tijdens de bevalling een periode van asfyxie (zuurstofgebrek) heeft voorgedaan. De rechtbank laat de gynaecoloog toe tot tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling. De rechtbank gelast hiertoe een deskundigenbericht. Op grond van de uitkomst hiervan oordeelt de rechtbank dat het verlangde tegenbewijs niet is geleverd. De erven van de gynaecoloog gaan in hoger beroep.

Het hof stelt allereerst vast dat de beroepsfout niet wordt betwist en dat de normschending daarmee vaststaat. Als norm voor gynaecologen geldt dat vanaf het moment van toediening van een epidurale anesthesie permanente CTG-bewaking van de foetus dient plaats te vinden. De strekking van die norm is zo tijdig mogelijk te (kunnen) registreren of bij de foetus asfyxie optreedt, omdat asfyxie tot (blijvende) hersenschade kan leiden. Het gaat daarbij om een zeer concrete medische gedragsnorm/veiligheidsnorm die tegen een specifiek gevaar beoogt te beschermen. Nu de ouders aannemelijk hebben gemaakt dat bij de baby sprake is van blijvende hersenschade, is ook voldaan aan de tweede voorwaarde voor toepassing van de omkeringsregel, namelijk dat aannemelijk is dat het specifieke gevaar waartegen de norm bescherming beoogt te bieden, zich heeft verwezenlijkt. De erven van de gynaecoloog hebben niet aannemelijk gemaakt dat de schade ook zonder de normschending zou zijn ontstaan. Dit geldt te meer nu uit de rapportages van de door de rechtbank benoemde deskundigen blijkt dat het het meest waarschijnlijk is dat de schade is opgetreden als gevolg van foetale asfyxie. Eén en ander brengt met zich dat het causale verband tussen de tekortkoming van de gynaecoloog en de schade door het hof wordt aangenomen.

In cassatie bekrachtigt de Hoge Raad het oordeel van het hof en verwerpt het beroep van de erven van de gynaecoloog. (JS)

 

De uitwerking van actuele verzekeringsjurisprudentie in de rubriek AM Recht wordt verzorgd door mr. C. Banis, mr. M. Keijzer-de Korver, mr. P.C. Knijp,  mr. J.T. Suijdendorp en mr. B.J. van Wijngaarden van advocatenkantoor Stadermann Luiten in Rotterdam.

  

Voor meer actuele uitspraken: zie AM 1,  pag. 26.

WILT U DIRECT INLOGGEN OP AMJURISPRUDENTIE?

Assurantiemagazine is een product van Kluwer - © www.amweb.nl