Kluwer Assurantie Magazine

HomeNieuws › Nederland › Actuele verzekeringsjurisprudentie

Actuele verzekeringsjurisprudentie

15-02-2013 0 reacties

Werkgeversaansprakelijkheid voor asbestblootstelling; verjaring   Hof Den Haag 18 december 2012, LJN:BY6205   Een werknemer is van 1952 tot 1964 in dienst geweest bij een havenbedrijf. In de ruimte waar hij zijn werkzaamheden moest verrichten, werd met asbest gewerkt. In 2008 wordt bij de werknemer de diagnose mesothelioom gesteld. Kort daarna stelt hij zijn oud werkgever aansprakelijk. Deze stuurt de aansprakelijkstelling door naar zijn aansprakelijkheidsverzekeraar.

In juni 2008 overlijdt de werknemer. Zijn weduwe start  een procedure tegen de verzekeraar. In die procedure doet de verzekeraar onder meer een beroep op de objectieve verjaringstermijn van 30 jaar uit art. 310 lid 2 Boek 3 BW.

De rechtbank wijst de vordering van de weduwe toe. In hoger beroep maakt het hof in de eerste plaats korte metten met de betwisting van de verzekeraar dat de werknemer  gedurende zijn werkzaamheden bij deze werkgever zou zijn blootgesteld aan asbest. Ook verwerpt het hof de verweren van de verzekeraar dat de werkgever niet zou zijn tekortgeschoten in zijn zorgplicht, dan wel dat er geen causaal verband zou bestaan tussen dit eventuele tekortschieten en het optreden van mesothelioom. Bij dit alles verwijst het hof naar een brief die de verzekeraar voorafgaand aan de procedure aan (de weduwe van) de werknemer heeft gezonden en waarin de verzekeraar heeft aangegeven dat het in deze zaak alleen nog gaat om het verjaringsvraagstuk. Met betrekking tot de andere aspecten (blootstelling, zorgplicht en causaal verband) heeft de verzekeraar aangegeven daar geen verweer tegen te zullen voeren, althans zo mocht de werknemer die brief opvatten. Met betrekking tot het verjaringsvraagstuk hanteert het hof de door de Hoge Raad in zijn arrest van 25 januari 2011 (LJN: BP1109) verwoorde gezichtspunten. Aan de hand daarvan komt het hof tot de conclusie dat (de verzekeraar van) de werkgever zich niet op verjaring kan beroepen. Het enkele feit dat (de weduwe van) de werknemer niet binnen één jaar na het aan het licht komen van de schade tot dagvaarden is overgegaan, leidt niet tot een ander oordeel. In de eerste plaats omdat de werknemer wel direct na het ontdekken van de schade zijn oud werkgever aansprakelijk heeft gesteld en in de tweede plaats omdat bij de vraag naar de doorbreking van de verjaringstermijn alle relevante omstandigheden (gezichtspunten) moeten worden meegewogen. Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank. (CB)

 

De uitwerking van actuele verzekeringsjurisprudentie in de rubriek AM Recht wordt verzorgd door mr. C. Banis, mr. M. Keijzer-de Korver, mr. P.C. Knijp,  mr. J.T. Suijdendorp en mr. B.J. van Wijngaarden van advocatenkantoor Stadermann Luiten in Rotterdam.

  

Voor meer actuele uitspraken: zie AM 3,  pag. 26.

WILT U DIRECT INLOGGEN OP AMJURISPRUDENTIE?

Assurantiemagazine is een product van Kluwer - © www.amweb.nl