Kluwer Assurantie Magazine

HomeNieuws › Nederland › Actuele verzekeringsjurisprudentie

Actuele verzekeringsjurisprudentie

05-04-2013 0 reacties

Bijzondere zorgplicht bank bij beleggingsadviesrelatie en klachtplicht belegger   Hoge Raad 8 februari 2013, Rechtspraak van de Week 2013 nr. 250   Een particulier met een fors vermogen gaat een beleggingsadviesrelatie aan met een bank, die met dat vermogen vooral gaat handelen in aandelen en futures. Volgens de belegger  heeft hij bij aanvang van de relatie aan de bank medegedeeld dat het beleggingsbeleid gericht moet zijn op kapitaalbehoud en op een jaarlijks rendement van 5%. De belegger lijdt zware verliezen op zijn beleggingen en twee jaar na beëindiging van de relatie stelt hij de bank aansprakelijk voor zijn schade. In de daarop volgende procedure stelt de bank dat de belegger niet tijdig heeft geprotesteerd als bedoeld in art. 89 Boek 6 BW.

Rechtbank en hof wijzen de vordering van de belegger af omdat hij te laat heeft geklaagd. De Hoge Raad overweegt dat het hier gaat om de bijzondere zorgplicht van de bank bij beleggingsadviesrelaties, welke zorgplicht mede strekt ter bescherming van de cliënt tegen het gevaar van gebrek aan kunde en inzicht of van eigen lichtvaardigheid. De belegger verwijt de bank in deze zorgplicht te zijn tekortgeschoten. De bank heeft, aldus de Hoge Raad, bij beleggingsadviesrelaties te gelden als professionele en bij uitstek deskundige dienstverlener, terwijl bij de cliënt doorgaans een zodanige professionaliteit en deskundigheid ontbreken. Dit brengt mee dat de cliënt niet zonder meer op de hoogte hoeft te zijn van het bestaan van een bijzondere zorgplicht en als hij dat wel is, er in beginsel van uit mag gaan dat de bank die zorgplicht naleeft. Op de cliënt rust dan ook pas ingevolge art. 89 Boek 6 BW een onderzoeksplicht of de bank deze zorgplicht heeft nageleefd, wanneer hij van die zorgplicht op de hoogte is en gerede aanleiding heeft te veronderstellen dat de bank daarin kan zijn tekortgeschoten. De enkele omstandigheid dat sprake is van tegenvallende rendementen of verliezen wijst niet zonder meer op tekortschieten van de bank en noopt de belegger niet tot onderzoek, zeker niet indien de bank de geruststellende mededeling heeft gedaan dat beursherstel zal volgen. In dit geval had de belegger laten onderzoeken of de zorgplicht door de bank was geschonden, toen hij door publicaties zich realiseerde dat op banken een zorgplicht rust. Ten onrechte was het hof ervan uitgegaan dat deze onderzoeksplicht al in een veel eerder stadium op de belegger rustte, zodat de Hoge Raad het arrest van het hof vernietigt. Overigens geldt ook bij beleggingsadviesrelaties dat de klachttermijn van art. 6:89 BW al gaat lopen als de cliënt het gebrek in de prestatie redelijkerwijs had moeten ontdekken en voorts dat alle relevante omstandigheden moeten worden afgewogen bij beantwoording van de vraag of de schuldeiser een onderzoeksplicht heeft en wanneer hij behoort te klagen. (MK)

 

 

De uitwerking van actuele verzekeringsjurisprudentie in de rubriek AM Recht wordt verzorgd door mr. C. Banis, mr. M. Keijzer-de Korver, mr. P.C. Knijp,  mr. J.T. Suijdendorp en mr. B.J. van Wijngaarden van advocatenkantoor Stadermann Luiten in Rotterdam.

  

Voor meer actuele uitspraken: zie AM 5,  pag. 26.

WILT U DIRECT INLOGGEN OP AMJURISPRUDENTIE?

Assurantiemagazine is een product van Kluwer - © www.amweb.nl