Kluwer Assurantie Magazine

HomeNieuws › Nederland › Actuele verzekeringsjurisprudentie

Actuele verzekeringsjurisprudentie

05-07-2013 0 reacties

Beroep van verzekeraar op overgang verzekerd risico onaanvaardbaar?   Hoge Raad 7 juni 2013, Rechtspraak van de Week 2013 nr. 763   Een wasserij heeft haar bedrijfsgebouwen verzekerd bij een verzekeraar. Op enig moment verkoopt en levert zij de onroerende zaken aan haar houdstermaatschappij. Enige tijd later branden de productie- en kantoorruimten af. De verzekeraar wijst met een beroep op de polisvoorwaarden dekking af, nu de overgang van het verzekerde belang niet was gemeld. De verzekeraar stelt dat hij na mededeling een vragenlijst zou hebben toegestuurd en dat thans niet meer valt na te gaan hoe hij destijds met de antwoorden zou zijn omgegaan.

De rechtbank acht het beroep van de verzekeraar op de polisvoorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, omdat niet valt in te zien dat het materiële risico zodanig was gewijzigd dat de verzekeraar gebruik zou hebben gemaakt van de mogelijkheid om de verzekering te beëindigen.

In hoger beroep stelt het hof voorop dat de verzekeraar niet heeft beargumenteerd dat hij de houdstermaatschappij als nieuwe verzekerde zou hebben geweigerd. Het hof hecht echter veel betekenis aan het feit dat de houdstermaatschappij de vereiste toestemming destijds niet heeft gevraagd. Immers, als de verzekeraar gehouden wordt aan de keuze die hij destijds bij tijdige melding gemaakt zou hebben, ontstaat een "hinkende situatie" die voortduurt totdat de verzekeraar van de overgang van het belang op de hoogte raakt. In die situatie is het uitsluitend de nieuwe belanghebbende die het in zijn macht heeft te beslissen of hij al dan niet verzekerd wenst te zijn geweest, een beslissing die kan worden beïnvloed door de vraag of inmiddels schade is gevallen. Dit druist in tegen het belang van de verzekeraar en tegen het wezen van de verzekeringsovereenkomst, die gericht is op vergoeding van onzekere schade. Het hof acht het beroep door de verzekeraar op de polisbepaling dan ook niet onaanvaardbaar.

In cassatie herhaalt de wasserij haar stelling dat er door de overgang van de gebouwen geen enkele relevante risicowijziging heeft plaatsgevonden en dat de premie steeds is doorbetaald. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn beslissing onvoldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd, omdat het hof beide omstandigheden niet kenbaar in zijn beoordeling heeft betrokken. De Hoge Raad vernietigt dan ook het arrest van het hof en verwijst het geding naar een ander hof ter verdere behandeling en beslissing. (JS)

 

De uitwerking van actuele verzekeringsjurisprudentie in de rubriek AM Recht wordt verzorgd door mr. C. Banis, mr. M. Keijzer-de Korver, mr. P.C. Knijp,  mr. J.T. Suijdendorp en mr. B.J. van Wijngaarden van advocatenkantoor Stadermann Luiten in Rotterdam.

  

Voor meer actuele uitspraken: zie AM 12,  pag. 34.

WILT U DIRECT INLOGGEN OP AMJURISPRUDENTIE?

Assurantiemagazine is een product van Kluwer - © www.amweb.nl